Rondom een gouden stoel van vier meter hoog zingt een honderdkoppig koor dat het volk vertolkt Boris Godoenov toe, de man die volgens hen de vermoorde tsarevitsj Dmitri Ivanovitsj moet opvolgen. Het is zo’n beetje de opening van Moesorgski’s opera (naar Poesjkin’s drama uit 1831) die de Nederlandse Opera op dit moment opvoert in het Muziektheater in Amsterdam onder regie van Willy Decker en muzikale leiding door Alexander Lazarev. Het stuk is opgebouwd uit vier delen met zeven scènes en toont de opkomst en de val van de tsaar in de periode 1598 tot 1605.
Godoenov werkt zich tijdens het bewind van Ivan de Verschrikkelijke (1547 - 1584) op tot edelman en wordt zelfs benoemd tot Bojaar, de invloedrijke feodale Russische aristocratie. Wanneer de jonge tsarevitsj Dmitri wordt vermoord, bevindt Godoenov zich in een klooster waar hij zich beraadt op de aanvaarding van het ambt, ingegeven door de smeekgezangen van het volk. In 1598 gaat hij echter overstag en laat zich tot tsaar kronen. Al snel maken sombere voorgevoelens zich van hem meester. Godoenov wordt naarmate het stuk vordert steeds wanhopiger en sterft uiteindelijk doordat hij wordt achtervolgd door de demonen uit zijn verleden.
In het tweede deel zien we de monnik Pimen bezig zijn kroniek van Rusland te schrijven waarin hij Godoenov aanwijst als de moordenaar van de tsarevitsj. De leerling van Pimen, Grigori Otrepijev luistert aandachtig naar zijn leermeester en zweert dat Godoenov zal boeten voor de kindermoord. En daar komen de geschiedenis en het stuk van Poesjkin bij elkaar. (lees verder…)




