Het komt niet vaak voor dat een film me vanaf het begin bij mijn nekvel grijpt en me meteen het verhaal in sleept. Bij de meeste films is er sprake van een opbouw of dienen de karakters eerst geïntroduceerd te worden alvorens men het verhaal kan vertellen. De laatste keer dat ik dat ervoer was bij The diving bell and the butterfly (eerder hier beschreven) en dat is eigenlijk nog niet zo heel lang geleden. Bij het zien van Hunger, gebeurde hetzelfde; het verschil bij beide films zit echter in het perspectief; bij de eerste bekijk je het verhaal vanuit het hoofdpersonage terwijl je bij de tweede als een onwillige getuige kijkt naar een lichaam in verval van een man die weigert te eten. Opmerkelijk is dat beide films door kunstenaars werden gemaakt; de eerste door Julian Schnabel (New York, 1951), de tweede door Steve McQueen (Londen, 1969). Vanuit hun achtergrond benaderen zij het filmen op een net iets andere manier en dat levert een verrassend resultaat op.
Hunger draait voor het grootste deel over de hongerstaking van Bobby Sands in de Maze gevangenis in Engeland. In 1981 eiste hij als leider van een groep gevangenen erkenning als politieke gevangene, iets dat door Margaret Thatcher fel werd bestreden. De hongerstaking was het toppunt van een opstand die al vanaf 1976 was ingezet, beginnend met het ‘dekenprotest’ waarbij de gevangenen weigerden dezelfde kleding als criminelen te dragen en daarvoor in de plaats zich slechts omhulden met een deken. Toen bleek dat dat niet werkte, stapte men in 1978 over op het ‘vuilprotest’ waarbij men uitwerpselen uitsmeerde over de gevangenismuren. Maar ook dat werkte niet en je kunt je afvragen wie men het meeste trof met deze actie. De hongerstaking was het ultieme pressiemiddel omdat je daarmee inspeelt op het gevoel van medemenselijkheid. Bobby Sands overleefde deze niet en stierf na 66 dagen. Samen met hem stierven nog negen andere gevangenen. Na tien doden werden de eisen van de gevangenen ingewilligd, maar erkend als politieke gevangenen werden ze niet.
McQueen begint zijn film bij het ‘deken- en vuilprotest’ maar daarbij volgen we eerst één van de bewakers die zich klaar maakt voor zijn dienst. Hij laat zijn beschadigde handen weken in het water en kijkt onder zijn auto of er geen bom onder is geplaatst. Je ziet al dat het geen gemakkelijke dag zal worden en voordat hij begint blaast hij nog even stoom af met zijn collega’s. Daarna volgt McQueen twee gevangenen die het protest vorm geven in hun cel, in elkaar worden geslagen omdat ze niet meewerken en in hun contacten met de buitenwereld voortdurend informatie naar binnen en buiten proberen te smokkelen. Bobby Sands (Michael Fassbender) komt pas halverwege voor het eerst in beeld wanneer de bewakers hem hardhandig een was- en knipbeurt laten ondergaan. Vlak daarna volgt de al veel geroemde scène van 18 minuten in één shot waarbij Sands met de priester in discussie gaat over zijn besluit om tot hongerstaking over te gaan.
De manier van filmen van McQueen onderscheidt zich vooral in de kadrering en het gevoel voor het beeld dat voor zich moet spreken. Zo toont hij de schoonmaker met de hogedrukspuit die eens in de zoveel tijd de cellen schoon moet spuiten, verbaasd kijkend wanneer hij een kunstwerk van stront op één van de muren aantreft. Of zien we hoe de gevangenen hun urine (die wel in een po werd opgevangen) onder de deuren door gieten die vervolgens door een bewaker met een grote trekker en wat ontsmettingsmiddel wordt opgeveegd. Ondanks de vuiligheid die we moeten zien, is het zeer stillistisch in beeld gebracht.
Het sterkst filmt hij de hongerstaking en de aftakeling van het lichaam van Sands. Het eten wordt telkens weer op een dienblad naar binnen gebracht om onaangeroerd weer mee te worden genomen. De verzorger van Sands is erg met hem begaan en door zijn verzwakking ligt Sands de hele dag op bed waardoor hij doorligplekken krijgt. Je voelt de pijn door je lichaam trekken wanneer de verzorger de wonden behandelt met zalf; eerst tipt hij ze even aan en zie je de spieren samentrekken waarna hij de zalf verder kan uitsmeren. Het blijkt allemaal zinloos te zijn; Sands wordt aan het eind van de film levenloos naar buiten gedragen. Afgezien van de scène tussen Sands en de priester wordt er nauwelijks gesproken in de film. McQueen is spaarzaam met woorden omgesprongen.
Hunger is natuurlijk een film die je niet zomaar even gaat zien. Je moet er goed op voorbereid zijn en geen last hebben van een zwakke maag. Wanneer aan deze voorwaarden is voldaan, kun je zelf zien dat Hunger de parel van 2008 is.




