bps

¶ …Sudarshan Shetty, The History of Loss in India (2009-04-19) — 0 reacties
¶ …Crazy for BJs (2009-03-12) — 0 reacties
¶ …Yma Sumac (2009-02-14) — 0 reacties
¶ …Art or Arse? Whatever! (2008-12-01) — 0 reacties
¶ …Heinrich Zille: Chronist des Proletariats (2008-01-15) — 0 reacties
¶ …Icara Colt: all this has to add up (2007-12-13) — 0 reacties
¶ …Dillinger Escape Plan: NO ESCAPE! (2007-12-02) — 0 reacties
¶ …Number 12 Looks Just Like You (2007-10-11) — 0 reacties
¶ …Het zal je kind maar wezen: Daughters (2007-10-11) — 0 reacties
¶ …Simply stay fucked; speculation masquerading as intel (2007-10-10) — 0 reacties
¶ …Self-Destroy: New York street art scene in grip of The Splasher(s) (2007-06-29) — 0 reacties
¶ …Punkcast: free the medium! NYC underground live broadcasts. (2007-06-16) — 0 reacties
¶ …Neil Howard: 'cause you can't survive in happiness alone (2007-06-06) — 0 reacties
¶ …Spleen vs ideal: splittingly perfect, get a grip on this! (2007-06-06) — 0 reacties
¶ …Why the hipster must die: the clash of cultures in our time (2007-05-31) — 0 reacties
¶ …Samson Projects: Rune Olsen, made from newspaper and tape (2007-05-31) — 0 reacties
¶ …Pop!Tech 2007: Theo Jansen and the engineering of life based on 'pvc' (2007-05-26) — 0 reacties
¶ …Qui: who? well you know, David Yow from the Jesus Lizard (2007-05-21) — 0 reacties
¶ …Abstract Artimus: duh,duh,dah.eghew.from.mobile.alabama (2007-05-16) — 0 reacties
¶ …The Death Set: the Afterlife of Anti-Rock (2007-05-16) — 0 reacties
¶ …Another Side Walk of Photography (2007-03-21) — 0 reacties
¶ …The Horrors - piepjonge garagepunkers uit Londen (2007-03-21) — 0 reacties
¶ …Lightning Bolt: hit by experimental noise (2007-03-16) — 0 reacties
¶ …Sleepytime Gorilla Museum: ooh ooh ooh (2007-03-16) — 0 reacties
¶ …New: Gonebald's 100 sides of genius (2007-03-14) — 0 reacties
 
 
    Kunst & Opinie (36)
    Literatur und Leben (15)
    Audio & Muziek (80)
    bp (1)
    Beeld en Film (45)
    Ten Toon Gesteld (7)
    NYC (27)
    Technologie (5)
    Onder de Dolenden (6)
    Voetjes vd Vloer (dans) (3)
 
    Jorn van Heesch (115)
    remko caprio (50)
    Bob Hardus (3)
    Esther Vreeland (5)
    Rik van der Linden (1)
    Wouter Trappers (4)
 




 
     Email: info2@boilingpoint.nl
     Amsterdam, New York
 
Onder de dolenden (5)
Aricept No Prescription Flomax For Sale Aricept Generic Buy Phentrimine Online Avapro Without Prescription VPXL No Prescription Clarinex For Sale Coumadin Generic Buy Prozac Online Elimite Without Prescription

Hij had zich een manier van snellezen eigen gemaakt, waarbij hij pagina’s diagonaal doorlas en een hoop tijd bespaarde. Het gaf hem voldoening dat hij zo de verloren tijd min of meer in kon halen. Drie keer per week ging hij naar de bibliotheek om nieuwe literatuur te halen en als hij daar dan toch was, spitte hij meteen de kranten even door. In het park kwam hij nauwelijks meer en ook bij vrienden ging hij zich vaker verontschuldigen wanneer ze iets met hem af wilden spreken. Hij voelde dat hij iets te volbrengen had van een hogere orde en afgezien van zijn bezoeken aan de bibliotheek en het halen van boodschappen, leefde hij als het ware als een kluizenaar die moeite heeft om het daglicht te verdragen. Hij kon zich nauwelijks meer iets voorstellen bij de ongedwongenheid die hij soms op straat zag, waarbij men elkaar puur voor het simpele samenzijn ging opzoeken. Van de andere kant benijdde hij ze ook dat men het zo eenvoudig voor zichzelf kon maken. Maar wanneer hij zichzelf betrapte op deze gedachte, hoorde hij een stem vanbinnen die hem erop wees dat de rest stil stond en hij verder moest. Het schrijven ging echter moeizaam. Hij maakte wel een aanzet maar het kostte hem veel meer inspanning da hij had verwacht. Het kon hem maar weinig bekoren wat hij op papier wist te krijgen. Hij leek er niet in te slagen de verbinding van zijn hersenen naar zijn hand te maken, waaruit het verhaal voort moest vloeien. Het uitblijven van een resultaat van zijn beproeving leidde tot een tanende motivatie. Toch bleef hij gestaag doorgaan. Hij wist dat het op een dag moest omslaan en dat hij nu te maken had met de beginnersmoeilijkheden. Zijn talent zou op den duur boven water komen en hij moest zich deze tegenvallende periode getroosten. Sommige dagen bracht hij gebogen over het papier door, zonder ook maar een letter op papier te krijgen.

Hij zag zich voor twee dilemma’s gesteld; ten eerste was er de verdwijning van het lichaam en ten tweede ontbrak de doos met foto’s. Blijkbaar was er heel wat gemoeid met Brecht’s overlijden. Het lichaam interesseerde hem niet zozeer, waarschijnlijk waren het rovers die op zoek waren naar organen. Er heerste al jaren een schaarste aan donoren en nu werden complete lijken ontvreemd net zoals er in de beginjaren van de anatomie, lijken werden opgegraven om ze te kunnen onderzoeken. Tal van vermissingen werden er opgegeven in ons land en steeds minder vaak werden deze opgelost. De organen konden voor veel geld worden verkocht in het buitenland. Het lichaam was verder ook onbruikbaar geworden, het maakte hem niet zoveel uit wat er verder mee gebeurde nu het was gevonden. Of de organen nu werden verkocht of zouden worden aangevreten door de aardwormen, kon hem weinig schelen. Zijn geest was nog intact gebleven en dat was op dit moment het belangrijkste. De verdwijning van de foto’s daarentegen zou hem op een spoor kunnen brengen. Het waren onschuldige foto’s van vakanties of feestjes die voor niemand interessant konden zijn. Hij keek er zelfs al jaren niet meer naar. De enige momenten dat hij ze tevoorschijn haalde was wanneer nieuwe mensen in zijn leven zijn beeltenis in een vroeger leven wilden zien. Maar de laatste jaren had hij niemand meer leren kennen en zodoende waren ze onaangeroerd blijven liggen in de commode. Er waren dus maar weining mensen die van het bestaan van deze foto’s afwisten en ook weinigen stonden erop. Weliswaar had Brecht ooit wel eens de ambitie gehad om zich te verdiepen in de fotografie, tot dusverre was hij nooit verder gekomen dan deze verzameling. Bovendien manifesteerde zich bij hem duidelijk het verschil tussen mannelijke en vrouwelijke fotografen; op zijn foto’s waren voornamelijk gebouwen te zien, monumenten, landschappen, terwijl vrouwen juist meer mensen fotografeerden. De belanghebbenden voor zijn foto’s werden op deze manier aanzienlijk gereduceerd.

Het enige waar Brecht aan kon denken was een dubbelganger. Hij wist dat er van ieder mens wel ergens een dubbelganger rond liep, maar dat deze zich bij hem in de buurt ophield zou natuurlijk wel en sterk staaltje zijn. Hij moest lachen door zijn naiviteit.
“Het is nog niet zoín gek idee dat je daar hebt, Brecht,” hoorde hij achter zich.
Ze was weer even geruisloos verschenen als eerder op die dag.
“Ik heb sterke aanwijzingen dat deze iets met jouw moord te maken heeft. Iemand die in de buurt was op het tijdstip van je moord, heeft deze tekening van hem gemaakt.”

Ze overhandigde hem een wit vel papier waarop met houtskool een portret was getekend. Op de tekening was het gezicht van een man afgebeeld die een angstwekkende gelijkenis had met Brecht. Het gezicht was iets vadsiger en een beetje pokdalig, aan de onderkant zat een kleine onderkin en de rest van het gezicht was enigszins buiten proporties geraakt. Het haar was iets dunner en misschien ook wel grijzer, maar dat kon Brecht niet zien in de grijs-witte tekening. Verder had hij dezelfde hoge jukbeenderen, aan weerszijden van de mond twee scherp afgetekende rimpels die in een boog omhoog naar de neus liepen en een paar kleine littekens, verspreid over verschillende plaatsen in zijn gezicht. De ogen staarden hem licht melancholisch aan, de huid was ruw, de neus groot en de mond was afgetekend met een bovenlip die enigszins aan de dunne kant was. De man leek een paar jaar ouder te zijn dan hij.

“Waarom zou er iemand in de buurt zijn geweest toen ik werd vermoord?,” vroeg Brecht argwanend.
“Ik zei toch al eerder dat de meesten die hier rond lopen zich kapot vervelen. Hij was toevallig in de buurt op het tijdstip en zag deze man je woning verlaten. Hij is hem een tijdje gevolgd en heeft hem goed geobserveerd waardoor hij deze tekening heeft kunnen maken. Ook heeft hij zijn adres weten te achterhalen.”
“Ok, hij lijkt, maar wat zou hem bewegen om deze moord te plegen?”
“Het antwoord is even simpel als complex. We hebben hier te maken met een man die zichzelf als een zeer belangrijk individu ziet. Op een gegeven moment loopt hij over straat en ziet tot zijn grootste verbazing dat er een evenbeeld van hem rondloopt. Ondanks dat hij ervan overtuigd was dat hij uniek was, blijk jij te bestaan. Hij raakt hierdoor zodanig verstoord in zijn zelfbeeld dat hij nog maar een uitweg ziet; jij moet wijken voor zijn ego. Hij gaat je volgen, vindt uit waar je woont en schaduwt je op de spaarzame momenten dat je je huis verlaat. Bij dit alles gaat hij zeer voorzichtig te werk, je mag op geen enkele manier achter zijn bestaan komen. Hij bereidt zijn plan zorgvuldig voor en neemt de tijd om het ten uitvoer te brengen. De rest is een bekend verhaal.”
“Het is belangrijk dat we hem vanavond gaan opzoeken. Je zult de mogelijkheid krijgen om hem te benaderen en erachter te komen wat voor man hij is. Hij is er rond een uur of acht dan worden wij ongeveer daar verwacht.”
“En waar haal jij al die wijsheid vandaan?” vroeg Brecht die zijn cynisme nauwelijks wist te verhullen.
“Vertrouw me nu maar,” antwoordde ze, “dat is op dit moment het belangrijkste.”

De situatie werd met het verstrijken van de tijd schrijnender. Brecht kwam in een voortdurende lethargie terecht die het hem onmogelijk maakte zijn gedachten helder op een rijtje te krijgen. Steeds minder tijd besteedde hij aan zijn manuscript. Hij verzon vor zichzelf het excuus dat hij het verhaal uit moest werken in zijn hoofd om tot een goede verhaalstructur te komen. Maar in werkelijkheid gebeurde weinig in dat hoofd. Zijn dagen sleepten zich voort zonder dat hij na afloop kon vertellen waar ze aan voorbij waren gegaan. Hij verzorgde zich slecht; zijn stoppelbaard van een paar dagen verwerd tot een volle en zijn contactlenzen had hij vervangen door een bril. Zijn eten bestond uit diepvriesmaaltijden zonder enkele smaak, maar er was ook weinig anders dat hij kon proeven aangezien hij rookte als een ketter. Het was eigenlijk nog het enige waar hij enig plezier uit haalde. Hij wist dat hij inwendig traag aan het afsterven was, iets waar hij geringschattend mee omging. Zijn bloed was niet zuiver en vaak was hij vermoeid en lusteloos, maar hij weet dit aan een gebrek aan nachtrust. Het was een geldig excuus voor een weinig levendige indruk. De rochelhoest die elke ochtend terugkeerde had hem opmerkzaam moeten maken, maar hij was te slap om iets met de signalen te doen. Voeding was onbelangrijk, het was slechts een lastige onderbreking die driemaal daags terugkeerde en waar naar zijn idee te veel tijd in ging zitten. Natuurlijk was hij zich bewust van deze veranderingen die zich in hem voltrokken, maar hij miste de kracht zich ertegen te verzetten. Hij durfde zichzelf niet onder de ogen te komen, de spiegel in zijn badkamer had hij verwijderd. Hij zou hulp kunnen zoeken bij een psycholoog of een psychiater, maar daar was hij te koppig voor. Wat kon iemand met een paar jaar studie nou vertellen over zijn innerlijke psyche? Hij was altijd argwanend geweest tegenover deze beroepsgroep. Waren het niet juist degenen die met zichzelf het meest in de knoop zaten die ertoe besloten dergelijk soort studies te gaan volgen? Nee, Brecht geloofde meer in het zelfreinigende vermogen. Op den duur zou hij hier vanzelf weer uit weten te komen.

Ze hadden afgesproken dat ze elkaar om half acht zouden ontmoeten op het adres van de dubbelganger, daarvoor ging ieder zijn eigen weg. De vier uren die nu nog voor hem lagen, kwamen hem als eindeloos voor en hij moest een manier vinden om afleiding te krijgen zodat hij de minuten niet al te bewust zou gaan beleven. Een wandeling naar het park leek hem een goed idee om de tijd enigszins te doden. In het park nam hij plaats op hetzelfde bankje waar hij eerder die dag had gezeten. Hij ging op de rand van de rugleuning zitten met beide voeten op het zitvlak. Hij legde zijn onderarmen op zijn bovenbenen en schoof zijn vingers in elkaar alsof hij aan het bidden was. Zo, licht voorovergebogen zat hij het prettigst. Er waren nauwelijks mensen in het park, afgezien van die vrouw die haar kinderwagen zachtjes heen en weer schommelde. Enkele voorbijgangers kwamen en gingen weer, zorgeloos de dag die tegen het eind liep, van zich afschuddend. Ze gleden aan zijn blik voorbij. Ze hadden geen weet van wat er in hun onzichtbare nabijheid zich allemaal afspeelde. Eigenlijk was er voor hem nauwelijks een verschil op te merken. Terwijl hij nog leefde, was hij voor velen een schim geweest. Onopvallend bewoog hij zich tussen de anderen door, ineengedoken met zijn rug gekromd, gehuld in een stilzwijgen. Hij had de behoefte wel gekend, maar nooit had hij de moeite genomen zich werkelijk onder de anderen te begeven. Nu zijn tijd begon te dringen, besefte hij dat dat hetgeen was dat hem het meest ontbrak. De eenvoudige conversatie zoals die alleen tussen mensen plaats kon vinden zoals hij die zo vaak om zich heen had gehoord. Ogenschijnlijk zonder inhoud, maar belangrijk voor de vorm. Zijn afstand tot de mensen was meer een gebrek aan ruggegraat geweest dan een zelfgekozen isolement. Nu de tijd langzaam uit zijn handen glipte, wilde hij deze een halt toeroepen zodat hij nog even deelgenoot kon zijn van het hem omringende. Hoe vaak had hij niet verlangd naar de onverschillige tijd die achteloos verstreek en niet voortdurend om een nieuwe handeling vroeg? Maar nu deze eindigend was wilde hij zich eraan vastklampen als een nostalgicus die voortdurend oreert over betere vroegere tijden. Vanavond zou zijn afdaling naar het schimmenrijk zijn afgerond, als hij tenminste niet onjuist was ingelicht. De werkelijke reis naar het hiernamaals zou dan van start gaan en onherroepelijk zijn. Deze gedachte maakte hem melancholisch, het was zijn tijd nog niet, hij had zich nauwelijks de ruimte gegund om iets uit zijn leven te halen. Alles had hij in dienst gesteld van zijn geestelijke ontwikkeling, maar waar had deze hem uiteindelijk gebracht? Hij was het leven serieus te lijf gegaan en moest nu zijn hoofd buigen voor haar gebrek aan mededogen. Terwijl het besef van zijn naderende afscheid hem steeds weemoediger maakte, werd hij overmand door een onverzettelijke slaap. Hij voelde zich langzaam wegdoezelen, zoals dat ís ochtends altijd zo verleidelijk was wanneer de wekker was afgegaan, om dan nog even om te draaien en weg te suffen, uiteindelijk resulterend in een uur van verkwikkende slaap. Zijn oogleden werden zwaarder en zwaarder, krampachtig probeerde hij ze open te houden door ze met zijn vingertoppen omhoog te duwen. Het was een onbegonnen strijd. Er viel een kalme berusting over hem heen.

Wordt vervolgd

2006-02-07 | | Popularity: 8%
Reageer:
naam (verplicht)
e-mail (blijft verborgen) (verplicht)
website