‘Is it a Genre? Is it a Lifestyle? It is Indie!’
Vorige week donderdag verzamelde muziekminnend Gent zich in Kunstencentrum Vooruit voor een avondje Indie. Met enkele vrienden sprong ik mijn meest independent plunje om het aanstormend talent aan het werk te zien. Ik begon in de Balzaal met Fidget. Een Duits bandje dat me onwillekeurig aan H-Blocks en The Guano Apes deed denken. Ondanks verwoede pogingen en in de tekst verwerkte hints van de rocksters, liet het publiek zich niet verleiden om het refrein I want to hear you scream with me met hen mee te schreeuwen. Het kleine Aziatisch ogende zangeresje had dan wel de tekstondersteunende handbewegingen onder de knie, het was eerder aandoenlijk dan overtuigend. Een zwakke opener die niet zou misstaan voor een publiek zatte pubers, maar hier niet echt op zijn plaats. Goed geprobeerd, desondanks een onvoldoende.
Op naar Toman in de Theaterzaal. Hun muziek werd me omschreven met het understatement: “van de aanzwellende soort.” Ik herinner me nog dat ik het een bende sympathieke knullen vond, maar inmiddels is mijn geheugen vertroebeld en komt het mij voor dat mijn appreciatie eerder uitging naar de warme zachte zeteltjes in de zaal dan het elektrische geruis op het podium.
Onderweg naar het tegenvallende Rumplestitchkin en iets betere PJDS, liep ik toevallig de Brugzaal binnen, waar net het Belgische electroduo Soldout bezig was. De eerder steriele setting paste dan misschien wel bij het genre, de zaal was nogal kil en onderbevolkt. Sinds ik de Molvaanse inzending voor het songfestival gehoord heb, vrees ik steeds in het ootje genomen te worden door electrobandjes. Op fuiven ben ik erg te vinden voor zware electro, met snares als zweepslagen en hete teksten. Ik had nooit gedacht dat het me ook live zou kunnen bekoren. Voorzichtig waag ik me aan een vergelijking met Miss Kitten and The Hacker. Even dacht ik ook aan de onderkoelde onschuld waarmee de Britse meisjes van Client hun electro-pop brengen. De single I donĂt wanna have sex with you toonde dan weer een Anti-Peaches. Mijn aanvankelijke scepsis tegenover het enthousiast aan knopjes draaien op een podium liep zelfs uit op rechtopstaande nekharen toen de zangeres Charlotte haar eigen stem samplede en in de rest van de song verwerkte.
In de theaterzaal bouwde ondertussen het Catalaanse Camping zorgvuldig aan zijn met spoken word gelardeerde soundscapes. Ik kan er niets aan doen, maar mij lijkt dat gemakkelijk. Gezien de gul verspreide aankondiging dat de zalen afgesloten zouden worden als er te veel volk zou opdagen, leek het me best deze self-fulfilling prophecy voor te blijven en na Camping in de theaterzaal op Absynth Minded te wachten. Het wachten op de headliner van de avond bleek dan ook zeer de moeite waard. Deze Belgische vijf voelen met hun gitaar, piano, viool, contrabas, drums en heldere soulvolle stem erg gipsy aan. Net als PJDS experimenteerde deze band op zijn bekende nummers met Oosters aanvoelende ritmes. Ook het 12312-ritme in de bas werkte gewoonweg uitstekend. Ik vind zulks steeds spannend, houden ze dit vol? Wanneer loopt het spaak? Als je dan ook nog met My Heroics (Part 1) de single van het moment kan brengen, zit je gebeiteld. De over het podium vliegende barkruk wekte het vermoeden dat zanger-gitarist Bert Ostyn mijn enthousiasme niet volledig deelde. Zijn ze als voorprogramma van dEUS betere omstandigheden gewoon? De tijd die ze kregen was te kort, het programma was op het laatste moment gewijzigd, een zittend publiek, stond het geluid niet goed?
Over het verdere verloop van de avond kan ik kort zijn. De aankondiging van het Deense Whomadewho overtrof de muziek. Waarom het DJ Duo Simian Mobile Disco helemaal uit Londen moest komen weet niemand. Hun electroversie van Rock The Cashbah was een aanfluiting voor het orgineel en de verhoopte aanval op de dansspieren kwam danig traag op gang. En terwijl de nacht rustig verder kabbelde, kabbelde ik huiswaarts.
Links:
Toman
Soldout
Molvaanse inznding voor het songfestival
Rumplestitchkin
PJDS
Label van Camping
Absynth Minded
Whomadewho
Hoe Indie bent u?




