Met het oog op de heruitgave van het soloalbum Psychic Hearts van de zanger-gitarist van Sonic Youth in het voorjaar van 2006, lijkt het me leuk nog eens even op een rijtje te zetten waarom ook dit album niet mag ontbreken in je collectie. Thurston Moore is de ondertussen reeds 47 jarige zanger van de New Yorkse, experimentele punkrockband Sonic Youth. Met deze band maakt hij al vanaf het begin van de jaren ‘80 furore in het underground circuit. Vast staat dat het gaat om een van de meest invloedrijke bands van de laatste 20 jaar. In ieder geval wanneer je bekijkt hoeveel bands Sonic Youth noemen als bron van inspiratie.
In 1991 toerden ze met Nirvana in de lage landen. Het verslag hiervan kan je bekijken op de video The Year Punk Broke. Hierin zien we ook een andere kant van Moore. Samen met zijn bandleden gaat hij de straat op om onschuldige voorbijgangers mee te sleuren in allerlei meer of minder absurde conversaties. In 1995 nam hij samen met Steve Shelley, de drummer van SY en Tim Foljahn, die samen met Shelley in het ons onbekende Two Dollar Guitar speelt, Psychic Hearts op. Enigmatische bassiste en moeder van Moores dochter Coco Hayley, Kim Gordon, ontbreekt dan wel, maar als je dan ook nog weet dat SY gitarist Lee Ranaldo achter de knoppen stond verbaast het niet dat de sound van de plaat wat van de moedergroep wegheeft.
Het album opent meteen sterk. Een geflipte akkoordenreeks vertelt ons over “Queen Bee and Her Pals.” “Ono Soul” is het eerste hoogtepunt van het album. Een subliem gitaarrifje boven een achtergrond van knetterende gitaren. Moore’s breekbare stem zingt poezie. Een tiental jaar geleden was het deze song die als single uit het album gelicht werd. Doordat het een erg ingetogen nummer is, is het niet echt representatief voor de rest van de plaat. Dit neemt natuurlijk niet weg dat het een pareltje blijft. Qua structuur schrijft Moore echt poppie nummers. Het verschil met de doorsnee popgroep ligt hem in het gebruik van dissonante akkoorden, van experimenten met elektronica, opgenomen telefoongesprekken of zang door een vervormer. De algehele sound en feel van de LP is echt een warme, bijna bluesie sfeer. De teksten staan vol van verwijzingen naar Patti Smith en ook de soulful sound doet zulke invloed vermoeden. Hoewel de nummers heel divers zijn, heeft de plaat toch een zeer consistente sound.
Net als op Washing Machine, het album van de moedergroep uit hetzelfde jaar, heeft Moore als laatste nummer een instrumentale soundscape opgenomen die de laatste twintig minuten voljankt. Naast dit alles wordt het album geillustreerd door het artwork van Rita Ackerman. Op vinyl zelfs met een prent op de achterkant van de soundscape gekrast. Redenen genoeg om het vakje van Thurston Moore bij je platenboer in het oog te houden.




